Bespreken op vrijdag 20 mei

WELK VERHAAL WIL JIJ VERTELLEN!

Hoe en wat fotograferen wij eigenlijk? De meesten van ons gaan ergens naar een leuke plek en laten ons inspireren door wat we aantreffen en schieten daar een leuke serie foto’s. Anderen gaan een studio in om portretten of objecten vast te leggen. Dit valt allemaal onder de noemer ad-hoc fotografie. (ad-hoc = voor dit doel in het bijzonder).
Deze opdracht is bedoeld om vanuit een andere gedachte te gaan fotograferen, verhalende fotografie. Verhalende fotografie in de breedste zin van het woord. Foto’s moeten niet alleen registrerend zijn, maar een verhaal vertellen en een bepaalde sfeer voelbaar maken. Fantasie of realistisch.
Bij deze opdracht is het de bedoeling om vooraf te gaan bedenken wat uitgebeeld gaat worden door middel van foto’s. De serie van foto’s of juist een enkele foto moet een bepaald gevoel of beeld gaan vormen bij de kijker. Het kan heel beeldend en verklarend zijn maar het kan ook de fantasie prikkelen of heftige emotie oproepen. Spanning, ontspanning, liefde, warmte, tederheid, koude rillingen, respect, enz.

Welk verhaal wil jij vertellen met je foto’s?

  1. Stap 1 in dit proces is het bedenken van een geschikt onderwerp/thema.
  2. Stap 2 is bedenken hoe dit verhaal uitgebeeld kan worden. Maak desnoods ruwe schetsen van de foto’s die gemaakt moeten worden.
  3. Stap 3 is het fotograferen
  4. Stap 4 is het (laten) evalueren van je serie door familie, vrienden, kennissen of fotoclub leden

Als inspiratiebron zou je kunnen kiezen voor een boek, een gedicht of een film. Bijvoorbeeld een heel simplistisch gedicht van Herman Finkers: “Het stoplicht springt op rood, het stoplicht springt op groen. In Almelo is altijd wat te doen.”. Iedereen kan zich voorstellen hoe je dit uit zou kunnen beelden. Ook zou je kunnen kiezen voor een autobiografisch onderwerp waarbij je iets over jezelf uitbeeld.

Om jullie niet helemaal in het diepe te gooien hebben wij een hulpteam samengesteld. Zoek je inspiratie voor een thema of onderwerp? Heb je ideeën nodig voor het uitbeelden van je onderwerp? Loop je tegen technische problemen aan? Wil je je serie laten evalueren? Neem dan contact op met één van de begeleiders voor deze opdracht:
André Bouterse
Frank van Halteren
Paul Lubbers
Fred Flissebaalje

De foto’s zullen aan het eind van het seizoen worden beoordeeld. Je zult nog horen wanneer dit is. Je hebt dus het hele seizoen de tijd om je verhaal uit te werken. Voor de bespreking neem je je afgedrukte serie foto’s mee. Het aantal en het formaat maakt niet uit. Leef je uit! Daarnaast verwachten wij een korte omschrijving van wat je heeft geïnspireerd, wat je keuze heeft bepaald en hoe het is uitgevoerd. Het verhaal achter de foto’s is belangrijker dan de kwaliteit van de foto’s!


Het winnende verhaal van Rob Beerenfenger:

ETEN EN DRINKEN OP STRAAT en alles wat het nalaat

UTRECHT – Het komt door de snaaicultuur. Kijk in de binnenstad om je heen: iedereen loopt te eten of te drinken. En wat doet zo iemand na afloop met het servetje en de verpakking? De hufter smijt die op straat; de nette mens gooit die in een prullenbak.

Helaas. Het merendeel van de bakken in het centrum loopt voortdurend over. Dus leggen de netteriken hun milkshakebekers, frietzakjes en waterflesjes aan de voet ervan. Dan wordt ’t zwerfvuil. De wind verspreidt de boel, een dronken uitgaander schopt een blikje weg, een duif gaat met een restje aan de haal. Het centrum is het meest vervuild op donderdagavond – als er geshopt, avondgegeten en gestapt wordt – en op zaterdag en de koopzondag.
Dan lopen er meer mensen over de Steenweg, Oudegracht en Lange Elisabethstraat. En dan komen de vuilophalers met hun karretjes niet door de menigte heen.

“We proberen rotzooi te voorkomen met grotere prullenbakken in de binnenstad,” vertelt Carlijn van Campenhout van Stadswerken. “De vuilophaal komt niet vaak genoeg langs,” zegt Emma van den Dool. Zij onderhoudt als vrijwilliger de Pandhof bij de Mariaplaats. “Negen van de tien keer treffen we een overvolle prullenbak aan.” De bankjes bij die tuin zijn een favoriete lunchplek. Er slingert steeds meer troep, meldt de beheergroep. “Mensen willen op zich wel opruimen, maar dat lukt gewoon niet. We bellen veel naar de gemeente.” Ook Carien Lesker van afhaalzaak Broodnodig aan de Mariaplaats gelooft in de goedheid van de mens. Ze denkt niet dat haar klanten hun troep op straat kwakken. “We verkopen biologische spullen, dus we hebben een bewustere clientèle. Die wil zelfs geen plastic dekseltje op de koffiebeker.”

Filiaalmanager Remie Bhoendie van de McDonald’s aan de Oudegracht ziet, als hij van het station naar ’de Mac’ loopt, overal zijn bekers. “Belachelijk, toch?!” Hij zou niet weten, wat hij eraan kan doen. Van de 1400 klanten in augustus namen er honderd hun fastfood mee naar buiten. “Je kan ze moeilijk naroepen, dat ze hun afval in de prullenbak moeten doen. Voor de gevel houden we de straat schoon, verder niet.” Tom Broekman, voorzitter van ondernemersvereniging Centrum Utrecht is stellig: “Het is in de binnenstad een bende, omdat asocialen alles op straat donderen.” Hij ergert zich kapot en zegt er altijd iets van. Ook al kreeg hij een keer klappen. “Ik had een bloedneus en moest gehecht worden.” Broekman weet wel een oplossing: de vuilophaal zou extra vaak moeten rijden op drukke momenten. En: het aanspreken en bekeuren van mensen die hun rommel op straat kwakken, moet een prioriteit worden van de toezicht-houders.

Gevolgen van Zwerfafval
Als afval ergens belandt waar het niet thuishoort, noemen we dat zwerfafval. Het ligt dan op straat en in bermen, op openbare plaatsen, in groenperkjes en in de natuur. In Nederland belandt naar schatting jaarlijks 50 miljoen kilo op straat in plaats van in de afvalcontainer.

Prijskaartje
Gemeenten, Rijkswaterstaat en de beheerders van natuurgebieden maken de openbare ruimte schoon, maar dat kost wel veel geld. In 2010 kostte het schoonhouden van openbare ruimten 250 miljoen euro.

De foto’s geven slechts een momentopname van het afval in de wijk “Veldhuizen”.
Rob Beerenfenger 20 mei 2016

Pin It on Pinterest